FCI groep 3:
Terrier

Rasstandaard:
FCI nummer 4

Sectie:
2

Herkomst:
De Cairns komen oorspronkelijk uit de Schotse Hooglanden. 
Cairn betekent in het Schots de holen in de rotsen, een hoopje stenen. 
Ze zitten graag tussen de rotsen, daar vangen ze ook vaak hun prooi. 
Hun definitieve naam kregen ze in 1910. Het ras is sinds 1920 nauwelijks veranderd. 

Algemeen voorkomen:
Levendig, oplettend, met het natuurlijke voorkomen van een werkende hond. 
Moet goed over de voorbenen staan. Sterke achterhand. 
Diep in ribben, zeer vrij gangwerk en een weerbestendige vacht. 

Kenmerken: Moet de indruk maken actief, sportief en gehard te zijn. 

Schofthoogte: ± 28 - 31 cm

Gewicht: ± 6 - 10 kg

Temperament: Onbevreesd en vrolijk van aard, zelfbewust maar niet agressief. 

Hoofd en schedel: Hoofd klein, maar in verhouding tot het lichaam. 
Schedel breed, een duidelijke inzinking tussen de ogen met een uitgesproken stop. Voorsnuit krachtig, kaken sterk maar niet lang of zwaar. Zwarte neus. Hoofd goed behaard. 

Ogen: Wijd uit elkaar staand, middelmatig groot, donker hazelnootkleurig. 
Iets diepliggend met ruige wenkbrauwen. 

Oren: Klein, puntig, goed rechtopstaand, niet te dicht bij elkaar noch zwaar behaard. 

Gebit: Grote tanden. Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, de tanden staan recht in de kaken. 

Hals: Goed aangezet, niet kort. 

Voorhand: Schuin geplaatste schouders, middelmatige beenlengte, goed maar niet te zwaar bot. 
De voorbenen mogen niet uit de ellebogen staan en zijn bedekt met hard haar. 

Lichaam: Rechte rug, middelmatig van lengte. Goed gebogen diepe ribben, sterke soepele lendenen. 

Achterhand: Zeer sterke goed gespierde dijen. Een goede, maar niet overdreven knie-hoeking. 
Spronggewricht goed laag geplaatst, van achter gezien noch naar binnen, noch naar buiten gedraaid. 

Voeten: Voorvoeten groter dan achtervoeten. Voorvoeten mogen iets naar buiten staan. 
Voetkussens dik en sterk. Dunne of smalle voeten of spreidvoeten en lange nagels zijn zeer verwerpelijk. 

Staart: Kort, in balans, goed behaard maar niet gevederd. 
Niet hoog of laag aangezet, vrolijk gedragen maar niet over de rug gebogen. 

Gangwerk: Een zeer vrije en vloeiende pas. De voorbenen reiken goed naar voren. 
De achterbenen zorgen voor een voortstuwende kracht. 
De hakken zijn noch dicht bij elkaar geplaatst noch te wijd uiteen. 

Kleur: Creme, tarwekleurig, rood, grijs of bijna zwart. 
Gestroomd is bij al deze kleuren geoorloofd. 
Niet effen zwart of wit of zwart met bruine aftekening. 
Donkere punten, zoals oren en snuit, zijn zeer typisch. 

Maat: ± 28-31 cm. schouderhoogte, maar in verhouding tot het gewicht. 
Ideaal is 6 tot 10 kilogram. 

Fouten: Iedere afwijking van bovenstaande punten moet als een fout worden gezien. 

Aantekening: Reuen moeten twee kennelijk normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.